Geplaatst op Geef een reactie

Britt: ‘Ik meet me niet meer met anderen’

Docuportret van Britt (33), singer/songwriter, prikkelcoach en moeder van een 9 maanden oude zoon. Vanwege een chronische ziekte kampt Britt al van jongsaf met eenzame gevoelens. In de loop der jaren heeft ze haar eigen unieke weg gevonden om hiermee om te gaan.

Wat doet chronisch ziek zijn met je gevoelens van verbondenheid? Hoe blijf je als je ziek thuis bent tóch in contact met je omgeving? Op welke manieren kom je met een chronische ziekte in aanraking met eenzaamheid? Britt Gerhardt (eigenaar Praktijk Bright) vertelt erover in deze korte film.

 

Geplaatst op 2 Reacties

Mieke: ‘Ik denk weleens dat de hele wereld mij haat’

Mieke Megawati (24) groeit op in Jakarta, Indonesië. Haar vader werkt daar als correspondent. Haar moeder is zijn assistent.  Wanneer ze bijna tien is, verhuist Mieke met haar ouders en broer vanuit Indonesië naar Nederland. De overgang is gigantisch: van het hete Indonesië naar het harde Rotterdam. Een andere cultuur, compleet andere omgangsvormen. Alles is harder, directer. Het blijkt moeilijk om niet alleen een nieuwe omgeving te leren kennen, maar vooral de invloed ervan op je gevoel te kunnen begrijpen. ‘Dat is denk ik de ergste vorm van eenzaamheid: denken dat niemand snapt hoe jij je voelt.’

Over jezelf vertellen

‘Ik vind het een moeilijke vraag: over mezelf vertellen. Maar vooruit. Ik werk sinds kort bij een tech-bedrijf in Delft. Daar ben ik grotendeels verantwoordelijk voor administratieve en organisatorische zaken. Het is nog niet zo lang dat ik in het bedrijfsleven zit, oorspronkelijk werkte ik in de horeca en het nachtleven. De switch bevalt me heel goed.’

Twilight zone

‘De eerste keer dat ik mij echt eenzaam voelde, was toen we nog niet zo lang in Nederland waren. Hier woonden we in een veel kleiner huis en zaten we constant op elkaars lip. En toen begon mijn broer, net 13, ook flink te puberen. Ik vond het allemaal helemaal niet leuk.

Mijn vader ging steeds meer drinken en kreeg een kwade dronk. Als ik bij vriendjes over de vloer kwam zag ik daar lieve ouders. Het contrast deed pijn. Ik voelde me daar heel eenzaam in, niemand praatte erover. Dat voelde echt als een twilight zone, omdat anderen dit misschien ook wel hadden, maar niemand het deelde. Ik snapte het allemaal niet zo goed.’

Giftige relatie

‘Na zeven jaar besloot ik op mijn 17e met twee verhuisdozen te vertrekken en op mezelf te gaan wonen. Ik belandde in een anti-kraakpand; een wereld vol drugs en drank. Dat klinkt heftig, maar tegelijkertijd heb ik daar een nieuwe familie gevonden. Vrienden die als familie voelen. Dat zijn mensen die je écht zien ontwikkelen en groeien, niet de mensen die je twee keer per jaar ziet met de feestdagen. We vieren nog elk jaar kerst met elkaar, nu niet meer in het kraakpand met diepvriespizza’s en een flesje Captain Morgan, maar aan een lange tafel met geweldig eten. Onvoorwaardelijk.

Mijn ouders zien me nog steeds als dat 17-jarige meisje dat het huis uitging zonder ‘goede’ plannen. Er is een giftige relatie ontstaan. Ik ben enorm gegroeid en ben zonder diploma met veel wilskracht en ambitie toch zo ver gekomen. Ze gunnen me dit niet, lijkt wel, en erger nog: ik word niet geloofd door ze. Ze geloven niet in mij. Daarom heb ik afstand van ze genomen. Ik heb een nieuwe invalshoek: familie is een privilege, geen recht.’

Eenzaam

‘Ik voel me vaak heel eenzaam in mijn ervaringen en trauma’s. Mijn vriend is zogezegd normaal, hij komt uit een warm huis. Hij accepteert dat ik weleens flip of verdrietig ben, maar hij snapt het niet. Hij gaat bijna fluitend door zijn leven. Hij denkt dat de hele wereld naar hem lacht, terwijl ik weleens denk dat de hele wereld mij haat.

Wat mij helpt is schrijven. Ik schrijf heel veel. Ik heb zelfs de schrijversvakschool gedaan maar niet afgemaakt, want ik had geen geld meer. Ook luister ik veel muziek en staar ik naar de muur om na te denken. Normaal gesproken (pre-corona) dealde ik met de eenzaamheid door te dansen en mezelf te bevrijden, maar dat kan nu even niet. Ik ga nog steeds naar psycholoog om erover te praten. Ik ben gek op alleen zijn. Ik kan dagen alleen zijn, ik geniet daar echt van. Maar tegelijkertijd kan je dus ook eenzaamheid ervaren als je geen seconde van de dag alleen bent.’

COVID-shit

‘Ik hoor alleen maar over eenzaamheid. Elke week slaapt er bij mij en mijn vriend wel iemand op een luchtbedje die even niet alleen wil zijn. Mensen die nu alleen zijn, alleen wonen, een break-up tijdens de pandemie meemaken: ze hebben het zwaar. Ook koppels hebben het nu heel zwaar: juist omdat ze voortdurend met z’n tweeën zijn. Er is veel minder reflectie. De bubbel wordt groter. Zullen we gewoon samen binnenblijven? Ik hoor het onszelf vaak zeggen, maar ik vind het persoonlijk ook wel fijn zo.

Toch kan eenzaamheid dingen ook in perspectief zetten. Ik ben hartpatiënt en daardoor kwetsbaar voor COVID. Ik ben er vorig jaar drie maanden door uit de running geweest.  Ik moest opnieuw leren lopen. Dat was heel pittig. Maar tegelijkertijd, door dat thuiszitten, realiseer je je: hier moet ik het mee doen. Sommige dingen die heel groot in je hoofd zijn, worden in een keer heel klein. Dat is wat eenzaamheid ook kan doen: het relativeert.’

Uitnodiging

‘Voor mij is echt de grootste les: het taboe doorbreken. Praat over je eenzaamheid. Durf je open te stellen. Deel het. Weet dat je niet alleen bent. Ook al ben je nog zo depri of eenzaam, uiteindelijk kunnen we dat allemaal voelen.’

 

Geplaatst op Geef een reactie

Het boek Gedialogeerd

In april 2021 verschijnt het boek Gedialogeerd, waarom eenzaamheid een verbindingswoord is.

Gedialogeerd is geschreven door Irene Campfens en vormt een biografische verkenning van eigen en andermans eenzaamheid. Het boek reikt naast een maatschappijbeschouwing veel hoop en inspiratie aan.

Het begin of het einde?

‘Dit boek begint bij het einde van mijn eenzaamheid. Of moet ik zeggen bij het begin van mijn huidige leven? Hoe dan ook, het boek komt niet uit de lucht vallen. Zonder mijn eigen eenzaamheid was ik nooit gekomen tot de woorden die uit mijn vingers schoten. En zonder die woorden had ik de eenzaamheid niet kunnen accepteren zoals ik dat nu doe.’

Eenzaamheid is in onze samenleving in de zorghoek weggezet. Daardoor hebben we het te weinig over de verbinding en gemeenschappelijkheid die bij het onderwerp horen en te veel over de schadelijke gezondheidsgevolgen ervan. Er wordt over gesproken als een probleem waarvoor in semi-medische taal en onderbouwde hulpverleningsinterventies oplossingen moeten worden gezocht.

Verbindingswoord

Dit doet onrecht aan de persoonlijke betekenis en geeft geen ruimte aan een waardenvrije publieke dialoog. En niet in de minste plaats: het gaat voorbij aan onze menselijke verbeeldings- en verbindingskracht. Eenzaamheid laat zich het beste benaderen in de complete context. Het is een persoonlijk vraagstuk én een collectief onderwerp. Dat betekent dat aandacht nodig is voor het individuele welzijn en de gemeenschappelijke omstandigheden.

Eenzaamheid is een menselijke emotie, zoals droefenis en vreugde dat ook zijn.
Het is geen situatie – ‘alleen zijn’, maar een gevoelskwestie. Pas als je je lang (onbewust) eenzaam voelt, heb je het over een mogelijk ongewenst ‘probleem’.

Normaal over doen en open over praten

Auteur Irene Campfens: ‘Voor mij is eenzaamheid een uitdaging. Het komt op een feestje, tijdens een overleg en soms ook als ik met geliefden ben. Het voelt als verveling, vertwijfeling, onzekerheid, vervreemding, ontheemding, ongeaard, anders, ongepast of ongezien zijn.’

Eenzaamheid is normaal. Het is geen ziekte. Het is geen afwijking. Het is geen zwakte. Het is hoogstens een signaal dat je iets mist. Verbinding, saamhorigheid, identiteit, zingeving, perspectief, zelfwaardering, nut.

Laten we er normaal over doen. Een taboe doorbreek je pas door er niet aan toe te geven.

Nu te bestellen

Gedialogeerd, waarom eenzaamheid een verbindingswoord is, is nu te bestellen bij alle (online) boekwinkels.

Geplaatst op Geef een reactie

Relatie(s) versus corona

Er zijn een aantal thema’s die veel mensen in deze coronatijd bezighouden. Eén daarvan is een ‘break-up’ tijdens corona, of met andere woorden: je relatie verliezen en er (weer) alleen voor staan. Vanzelfsprekend is het verliezen van je relatie iets dat je leven overhoopgooit. Je dagelijkse patronen worden verstoord. Het lijkt erop dat een relatiebreuk in coronatijd nog meer impact heeft dan anders. Niet onlogisch, toch?

In de media

Als we de bijna dagelijkse berichten in de media lezen, is corona niet alleen een virus dat er vooral voor zorgt dat ons sociale leven op zijn kop staat, dat mensen bang maakt om ziek te worden, hun bedrijf kapot te zien gaan of hun baan te verliezen. Het heeft daarnaast ook enorm veel impact op onze relaties. Negatief èn positief. Hieronder drie negatieve citaten uit de media en drie positieve.

Negatief
  1. ‘Relaties onder druk door corona’
  2. ‘Experts verwachten dat het aantal echtscheidingen met vijfentwintig procent zal toenemen dit jaar’
  3. ‘Relaties steeds meer onder druk door thuiswerken’
Positief
  1. ‘Maar liefst 31% van de respondenten met een relatie geeft aan dat hun liefde is opgebloeid, tegen 18% die verslechtering ervaart. De meest genoemde reden? De lockdown’
  2. ‘Uit de cijfers blijkt dat mensen beter in staat zijn om met elkaar over seks en intimiteit te praten dan voor de coronacrisis’
  3. ‘Het kan de relatie ook versterken en verdiepen. Het is allemaal afhankelijk van de context’

Corona, de ultieme relatietest?

Duidelijk is dat corona het afgelopen jaar -al met al- voor velen de dagelijkse patronen behoorlijk heeft verstoord. Sommigen hebben een sterkere verbondenheid te danken aan deze periode, daarentegen hebben anderen ontdekt dat hun partner toch niet zo volmaakt blijkt te zijn als ze dachten aan het begin van hun relatie.

Het ene stel doet (weer) nieuwe ontdekkingen in en over elkaar en verdiepen en versterken hun relatie. Een andere stel ontdekt mogelijk versneld door deze omstandigheden dat ze minder goed bij elkaar passen dan ze dachten, waardoor er juist een verwijdering ontstaat.

In voor- en tegenspoed

Een ambtenaar van de burgerlijke stand las vroeger vóórdat de huwelijksakte werd getekend altijd een trouwgelofte voor (ik heb geen idee of dat nu nog zo is ?). Uit die gelofte blijkt dat je met je ‘ja-woord’ nogal wat hebt beloofd, als je het nog eens goed terugleest. Maar ja, daar sta je niet ècht bij stil op zo’n moment.

‘Ik zal je trouw blijven, in voor- en tegenspoed, in tijden van ziekte en gezondheid. Je bent mijn beste vriend en ik zal je altijd liefhebben en respecteren…Voor goed of ziek, in geluk of verdriet, kom rijkdom of armoede, ik neem je als mijn man/vrouw en zal mezelf aan niemand anders geven’.

Kortom of je nu gaat trouwen of gaat samenwonen, aan het begin van onze mooie relatie hebben we allemaal het idee dat we wel aan de meeste van die beloften kunnen en gaan voldoen. We zijn immers straalverliefd.

Wat wil je vinden binnen je relatie?

Tegenwoordig stellen mensen aardig wat eisen aan elkaar, voordat zij bereid zijn een diepere verbinding met elkaar aan te gaan. Kijk maar eens naar de oproepen op dating-apps. Ja, de juiste vrienden vinden is vaak al lastig, laat staan de juiste partner.

Niet onlogisch dat je iemand wilt vinden die bij je past. Heel goed ook iemand te zoeken met wie je je diepste gevoelens denkt te kunnen delen. Iemand die dezelfde waarden heeft, voor de dingen gaat die jij ook belangrijk vindt. Het is natuurlijk ook heel mooi een aanvulling voor elkaar te kunnen zijn. Elkaar te kunnen stimuleren en uit te dagen. Anders wordt het misschien wel heel snel saai.

De kunst is natuurlijk daar een balans in te vinden en te houden. Ook een beetje quality-time voor jezelf te houden en je eigen dingen te kunnen blijven doen, om ook met vrienden en collega’s een eigen plan te kunnen trekken. Niet altijd alles samen ondernemen. Dat laatste is normaal voor sommigen al lastig, in deze rare tijden is dat echter een nog grotere uitdaging.

De gevolgen van corona voor onze relaties

Deze coronaperiode, die nu al een jaar duurt, stelt ons tolerantievermogen behoorlijk op de proef. Door de vele maatregelen ontstaat vaak het gemis aan ‘vrijheid’. Niet alleen binnen vriendschappen en in het uitgaansleven, zoals uit eten gaan, een terrasje pakken of wat de vakantie betreft. Dat zijn eigenlijk best vaak nog wel luxeproblemen. En ‘eigenlijk’ is niets, zeg ik altijd. Laat dat woord maar weg.

Ook wordt er in deze periode thuis minder vrijheid ervaren. De hele dag op elkaars lip, onder spanning samen werken, lesgeven, lessen volgen, de kinderen verzorgen, noem maar op. Nauwelijks sociale contacten met je collega’s en/of werknemers. Werk en privé dat door elkaar heenloopt. Nauwelijks nog een moment voor jezelf. Elkaar geen ruimte kúnnen geven. En dan hebben we het nog niet eens over de psychische en financiële problemen of de toename van huiselijk geweld als gevolg van alles. Dat zijn géén luxeproblemen.

Hoe corona lijkt te werken als een katalysator

Natuurlijk is en blijft een relatie iets waar je altijd aan moet blijven werken. Dat geldt zowel voor relaties in de privésfeer als in de werksfeer. We zijn en blijven nu eenmaal verschillende individuen met onze hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Ook al matchen we nog zo goed met elkaar. Het is niet altijd leuk of ‘leukig’ en “zonder lastigheid in het leven, is er geen liefde” zoals psychiater Dirk De Wachter al eerder zei. Maar je kunt je enorm eenzaam voelen binnen je relatie.

Je kunt je misschien afvragen of problemen binnen je relatie er al waren en of corona nu werkt als katalysator. Er ontstaat mogelijk als het ware een versnelling door de hele situatie. Met als gevolg dat er nu dingen gebeuren die anders tóch wel waren gebeurd. Dat vanwege de coronaperikelen er eerder beslissingen vallen, positief én negatief. Bijvoorbeeld de beslissing om uit elkaar te gaan of juist te gaan samenwonen. Ik heb beide ontwikkelingen om me heen zien gebeuren. Het draait allemaal om balans. Wanneer we niet meer kunnen houden van iemand zoals hij of zij is -en niet zoals je wilt dat iemand is- is die balans vaak ver te zoeken.

Waar begrip en onbegrip elkaar in het begin nog afwisselen, kan frustratie de overhand krijgen. In plaats van blij te zijn met wat je nog wel hebt (huis, dak boven je hoofd, eten, drinken, elkaar), ben je ontevreden, relativeer je nog nauwelijks, maak je ruzie over de kleinste futiliteiten en vergeet je mogelijk dat je partner net zomin perfect is als dat jij dat zelf bent.

Wat speelt er allemaal mee?

Durf je eerlijk te zijn tegen jezelf en te zeggen dat je nog steeds blij wordt van deze relatie? Hebben de fijne dingen nog de overhand of niet? Hebben jullie nu alleen een kort lontje in deze coronatijd of bleek dat al eerder zo te zijn toen de eerste verliefdheid over was. Kortom: hoe werd en was jullie relatie toen de roze bril was afgezet?

Als je nu een lijstje maakt met wat je per se wel wilt binnen je relatie en wat je absoluut niet of nooit meer wilt, heb je dan voldoende redenen om door te gaan? Zou je opnieuw beginnen met elkaar of kom je tot de conclusie dat je echt beter afscheid kunt nemen?

Waren er al eerder ruzies en meningsverschillen? Kunnen jullie over van alles praten met elkaar? Accepteren jullie alles (of in ieder geval genoeg) van elkaar. Geven jullie elkaar nog voldoende aandacht, èchte aandacht? Raak je elkaar voldoende aan, doen jullie nog genoeg nieuwe en leuke dingen samen en hebben jullie nog interesse in elkaars gevoelens, zorgen en bezigheden?

Hebben jullie (nog) dezelfde waarden en verwachtingen? Vind je dezelfde dingen (in je relatie) nog belangrijk? Wat speelt er allemaal mee en waar ben je het dan niet over eens, is daar een mouw aan te passen? Is er een middenweg, is er nog echte waardering voor elkaar? Bijvoorbeeld voor een moeder -of ‘huisman’- die alle ballen in de lucht moet houden naast ‘het moederen’. Waardering voor die rol, het huishouden, besef je het belang van recht op een stukje eigen leven in plaats van altijd maar aan ‘zorgen’?

Maar ook andersom! Klaag je alleen maar of geef je ook aan in een constructief gesprek wat je dwars zit, zonder uit te vallen? Geldt het advies wat je aan de ander geeft misschien ook wel voor jezelf? Voel je je wel gezien en gehoord? Zit je niet te veel in de slachtofferrol?

Waarom de relatie met een ander zo ingewikkeld is

‘De enige relatie die beide partners gelukkig kan maken, is er een waarin sentimentaliteit geen plaats heeft en geen van beide partners aanspraak maakt op het leven en de vrijheid van de ander’ zei Milan Kundera (een van de belangrijkste hedendaagse schrijvers) eens. En ‘elke relatie is een reflectie van de relatie met jezelf’, zei Deepak Chopra, de (Indiase schrijver van boeken over spiritualiteit, alternatieve geneeskunde en ayurveda).

Zo zijn er nog veel meer leerzame uitspraken van auteurs, psychotherapeuten en filosofen.

Vraag jezelf eens af, als je nu vrijgezel zou zijn of je weer opnieuw zou beginnen met deze partner, wáár ben je dan voor gevallen? Wat is er gebeurd van toen onderweg naar nu, wat mis je nu wat er toen wel was? Wat is er in of bij de ander veranderd en ben jij nog wel dezelfde die je eerder was?

Word je gelukkiger zonder deze relatie of wil je er nog energie in steken? Is er nog steeds een vlammetje, zoals dat ooit voor het eerst oplaaide tot een groot vuur?

Wonderen bestaan niet

Er is een verschil tussen wie je bent, wat je wil zijn en wat je doet. En je gedachten bepalen vaak hoe je je voelt. En daarom is er in elke goede relatie sprake van ‘teamwork’.

Wonderen bestaan niet, ik weet het. Daarmee is nog niet gezegd dat je niet eens mag dromen. Stel, je wordt morgen wakker en alles is zoals jij wil dat het is. Waar ben je dan, met wie, wat doe je (anders) en wat is er nog meer? Wat doen de mensen om je heen dan anders? Waaraan merk je dat en heel belangrijk: wat is jouw aandeel hierin?

Lukt het dan allemaal nog niet? Misschien is het dan maar beter om inderdaad afscheid te nemen. En heeft corona je alleen maar het zetje gegeven er eerder en goed over na te denken. Liever alleen dan eenzaam binnen je relatie toch?

Besef overigens dat na een levensgebeurtenis, groot, klein, leuk of niet, er sprake zal zijn van een transitiefase. Die kan onder andere ook gevoelens van eenzaamheid geven en er is tijd nodig om daar overheen te komen. De duur van die fase is voor iedereen verschillend. Er is namelijk een verschil tussen alleen, eenzaam, langdurig eenzaam en sociaal isolement. Neem dus je tijd om nieuwe patronen te vormen.

Mocht je nog vragen hebben, stel ze gerust!

Marijke

Over de gastblogger

Marijke is coach en adviseur. Bij Coert Coaching en Advies kun je terecht met allerhande vragen over persoonlijke ontwikkeling, eenzaamheid, relaties en (het verlangen naar) verbondenheid. Marijke is ook een van The Brave Ones: zij zet zich als dappere denker en doener in voor mensen die zich alleen, eenzaam of geïsoleerd voelen. Een van haar favoriete quotes: “Echt vrienden zijn is volgens mij het belangrijkste onderdeel van elke relatie” (Truman Capote , Amerikaans schrijver).

 

Geplaatst op Geef een reactie

Irene: ‘Mensen die als familie voelen helpen tegen de eenzaamheid’

Er zijn allerlei fases in je leven waarin je je eenzaam kan voelen. De basisschooltijd, de puberteit, de studententijd. Toch zijn dat ook de fases waarin er voortdurend van je verwacht wordt dat je aan je sociale leven werkt. Dat je samen speelt, samen werkt en samen bent. Een gesprek tussen Irene en Irene over onzekerheid, vriendschap en identiteit.

Link naar het verleden

‘Ik ben enig kind, mijn vader is een aantal jaar uit beeld en mijn moeder werd vier jaar geleden erg ziek. Gelukkig gaat het nu goed met mijn moeder, maar haar ziek-zijn heeft het gevoel van eenzaamheid op scherp gezet. Het besef dat het lijntje met de familie straks veel dunner is, houdt me soms erg bezig. Dan ben ik bang voor het onwerkelijke gevoel bij niemand meer te horen zonder de aanwezigheid van mijn ouders. Ik heb een eigen gezin met een lieve man en kinderen waar ik erg dankbaar voor ben. Maar toch: op de een of andere manier heb je het contact met je ouders als een link naar het verleden nodig.’

Eyeopener

Gedurende haar leven vindt Irene mensen die veel voor haar betekenen. ‘Mijn eyeopener: door de situatie met mijn ouders weet ik dat ik het vooral moet hebben van mensen die echt als familie voelen. Ik realiseer me dat ik veel geluk heb dat deze mensen er voor mij zijn. Het zijn echter niet alleen de goede vrienden, maar ook mijn eigen gezin en andere familieleden zoals ooms en tantes en nichtjes en neefjes die mij helpen om mij niet eenzaam te voelen.

Die mensen leren mij vanuit iets negatiefs iets positiefs te halen. Het zijn niet alleen mensen in nabijheid maar vooral mensen die je een spiegel voorhouden. Dat is niet vanzelfsprekend, dat je dat bij elkaar vindt. Ruzie hoort ook bij vriendschap. Of, nu ja: een meningsverschil of aanvaring hebben en scherpe gesprekken voeren. Je moet elkaar kunnen aanspreken. Uit alle levensfasen heb ik vrienden: van de basis- en middelbareschooltijd, de studententijd en het zwangerschapsclubje acht jaar gelegen. Ook oud-collega’s met wie ik nog bevriend ben. Soms verwatert een vriendschap en soms bloeit het contact weer op. Zoals met een oude vriendin van wie de moeder nu ernstig ziek is. Dit is aanleiding geweest voor het weer opleven van ons contact.’

Spiegel

Er voor elkaar zijn, een spiegel voorhouden: dat is zoals Irene een vriendschap het liefst ziet. Maar is dit ook de definitie van anderen? ‘Als je niet goed met anderen in verbinding bent, hoeft het van mij ook niet zo. Ik wil kunnen uitwisselen hoe het echt met je gaat, wie je bent. Er moet energie en ruimte zijn voor elkaar. Tijd en aandacht. Daarom heb ik de laatste jaren bewust meer geïnvesteerd in mensen die als een soort familie voelen. Mensen bij wie de onvoorwaardelijkheid voorop staat. Mensen die altijd iets voor je zullen doen. Maar zulke mensen zijn er in mijn leven niet altijd geweest. Tijdens mijn schoolloopbaan voelde ik me vaak onzeker. Het hield me bezig of ik er wel bij hoorde en soms voelde dat niet zo. Maar gelukkig soms ook wel. Dat gevoel van er niet bij horen kwam regelmatig terug in mijn jeugd. Aan de andere kant: bijna iedere jongere voelt zich weleens onveilig of onzeker. Dat hoort ook bij jong zijn.’

Helpende keuzes

‘Een helpend moment in mijn jeugd was dat ik bij het paardrijden een meisje van school tegenkwam. Ik merkte bij haar dat ik de zinnen kon verzetten zonder de groep waar ik tot dan toe steeds mee optrok. Ik hing te veel aan die groep en kon door het contact met het ‘nieuwe meisje’ de mensen waar ik geen echte verbinding mee had, loslaten. Ik adviseer jongeren dan ook om te kiezen voor een sport of andere vereniging waar niet iedereen van school ‘op zit’. Weet je, als je wel op zo’n plek bent, neem je de hele hiërachie uit de klas mee. Kies voor iets dat losstaat van school. Laat je niet vastspijkeren aan de rol die je op school hebt. Het kan heel fijn voelen om eens op een totaal andere interesse of kwaliteit aangesproken te worden. Maar dat vraagt wél wat van je.

Het betekent ook mensen loslaten die in een bepaalde tijd belangrijk waren, zoals mensen uit je middelbareschooltijd of het studentenhuis. Denk goed na: doet het contact me goed of doet het me eigenlijk slecht? Dat is heel moeilijk en pijnlijk soms. Toch kun je beter een of twee fijne mensen om je heen hebben dan tien die amper of niks voor je doen. Besef ook wie je tegenover je hebt: waar is iemand mee bezig en wat zijn de dingen die jullie delen? Als het contact met anderen je onzeker maakt of alleen maar een vervelend gevoel heeft, moet je ermee stoppen. Het klinkt zo economisch, maar het is waar: dit soort keuzes brengen je echt wat en maken je sterk.’

 

Geplaatst op Geef een reactie

Mag ik even: ‘ik voel me eenzaam’

Sommige mensen vinden het maar een treurig onderwerp. In zekere zin geef ik ze gelijk. Eenzaamheid is de vuile was die je liever niet buiten hangt. Het is de onderbroek die boven je broekrand uitsteekt als je bukt. Dus bukken we maar niet en laten we liggen wat er op te rapen valt. Maar daarmee stappen we wel over een van de grootste drollen die onze stoepen ontsieren heen.

Op de stronthoop

De straatjes hoeven niet altijd schoon te zijn. Er mag heus wel wat troep liggen. Een vuilniszak hier, een kapotte fiets daar. Het hoort erbij. Niks is perfect. In een maatschappij die haar best doet om de boel zo opgeruimd mogelijk te houden, gaat weleens wat mis. Dingen mogen lastig zijn. Dingen mogen anders gaan. Als dan die bezemwagen van de overheid weer eens door de straten rijdt, is de lol van het anders-zijn er snel van af.

Die wagen schuift alle stront en afval op een hoop. Hop, zo op de vuilnisstapel. Daar waar de onderkant van de samenleving ligt te meuren, ligt de eenzaamheid er nietig bij. Als een godvergeten klotezooi die vooral maar snel de verbrandingsoven in moet. Van wat er uitkomt, worden oplossingen gekleid. Doe-het-zelfpakketjes en programma’s op maat. Het blijkt een lucratieve onderneming: eenzaamheid recyclen.

Ga maar in de hoek staan

Want natuurlijk mag het er niet zijn. Dat is om verdrietig van te worden. Dus beter verstoppen we de eenzaamheid. In hoeken waar de zon niet schijnt. De zorghoek. De strafhoek. De schaamhoek. Ik weiger in zo’n hoek te staan. Niemand krijgt mijn handtekening in ruil voor een plak cake en een handjeklap met ambtenaren.

Mag ik even?

Ik voel mij eenzaam. De lockdown holt mij uit. Zelfs als ik mijn teerbeminde naast mij heb zitten, voel ik me compleet afgesneden van het leven. Ik mis de jeu. Op een dampende dansvloer staan. Rennen voor de laatste trein naar huis. Uren struinen in de boekhandel. Dat had-ik-niet-moeten-doenbiertje bestellen. Twintig verschillende jassen passen in de winkel. Een potje sparren op de mat. ’s Ochtends naar de bioscoop gaan. Een hand uitsteken. Letterlijk. Ja, zelfs gesprekken opvangen in een bomvolle bus mis ik.

Ik sta op, kleed me aan, eet wat en ga aan het werk. Ik doe het en ik kan het. Ik werk, dus ik ben? Voor de veerkracht boks en wandel ik. En dankbaar ben ik dat ik samenwoon en iemand heb om aan te raken. Maar mag ik hier last van hebben? Nondeju, ik wil het gewoon kunnen zeggen: ik voel mij eenzaam. Ik heb werkelijk iedere krocht in mijn hoofd verkend. Alles op papier gezet. Een dagboek bijgehouden. In contact gebleven met vrienden. Gedroomd, voorbereid en uitgewerkt.

Maar nu wil ik doen. Ik wil kunnen. Ik wil mogen. Daar hoeft niemand een oplossing voor te bedenken. Ik wil het alleen maar kwijt.

Hoe voelt eenzaamheid voor jou?

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

Geadopteerde geluksvogel

‘Pinda!’ Kinderen van mijn leeftijd riepen het me wel eens toe. We hebben het over de jaren tachtig. Als volwassene kan ik me geen lievere koosnaam bedenken. Maar destijds kon je me niet meer kwetsen dan door me zo te noemen. Voelde het als een scheldwoord. Wás het een scheldwoord. Het betekende dat ik anders was. Ik had een ander kleurtje. Kwam uit een ander land. Had een andere voorgeschiedenis. Anders zijn is eenzaam op die leeftijd.

Eten met je vingers

Als vijf maanden oude baby ben ik geadopteerd uit Indonesië. Van gewoonten en gevoelens die ik nooit goed had kunnen thuisbrengen begon ik als puber te vermoeden dat ze simpelweg in mijn DNA zaten. Niet aangeleerd, maar gratis meegekregen bij m’n geboorte. De gewoonte om op een bepaalde manier gehurkt te zitten bijvoorbeeld. Het werd door mijn witte, Nederlandse gymleraar genadeloos afgestraft (“als je je knieën wilt ruïneren, moet je vooral zo doorgaan”). Later zag ik dezelfde houding vaker wel dan niet terug bij andere Aziatische mensen. Er is zelfs een naam voor: Asian squat. Iets met flexibele(re) enkels.

Ik at vanaf kinds af het liefst met m’n vingers, ondanks de opvoeding die ik van mijn adoptieouders had gehad om dat ‘netjes met mes en vork’ te doen. Ik werd voor gek verklaard dat ik altijd op blote voeten liep. Mijn hele jeugd voelde ik me raar, omdat ik van nature dingen deed die volgens de Hollandse cultuur waarin ik opgroeide niet ‘hoorden’. Ik voelde me ontheemd, omdat ik me in niemand herkende. Zelfs niet in de mensen die voor mij zorgden als hun kind.

Hoezo heimwee

Als jongvolwassene dacht ik steeds vaker na over mijn afkomst. Op zoek naar mijn identiteit, zoals je dat doet als jongvolwassene. Ik dacht aan de moeder die ik in Indonesië had achtergelaten. Mijn biologische moeder. Mijn geboorteland. Tot dan toe was me herhaaldelijk door anderen ingepeperd wat een geluksvogel ik wel niet was. Ik was toch maar mooi aan dat kansloze bestaan in een arm land ontsnapt. Daarbij was ik slechts vijf maanden oud toen ik werd geadopteerd, dus heimwee was taboe. Wie of wat moest ik dan missen? De vrouw die mij had gebaard en vervolgens doodleuk had weggegeven? Een land dat mij niets te bieden had dan armoede? Een cultuur die ik niet kende? En hallo, had ik er niet een paar geweldige ouders voor teruggekregen? True. Maar ik kon het gevoel niet onderdrukken dat ik iets miste.

Toch was ik het vooral zélf, die de impact van de breuk met mijn moeder, mijn familie en mijn vaderland onderschatte. Mijn allereerste ervaring in dit leven was traumatisch geweest. Een oerverwonding. Maar ik stond het mezelf niet toe te rouwen. En zo werd eenzaamheid een gevoel dat er niet mócht zijn.

Gat in mijn ziel

Vele zelfanalyses, therapiesessies, schrijfsels, literatuur, ervaringsuitwisselingen met andere geadopteerden en zelfs een zoektocht naar mijn biologische familie later (mijn moeder is getraceerd in 2016, maar was tragisch genoeg zes dagen daarvoor overleden), kan ik nu op mijn drieënveertigste zeggen dat ik mijn adoptie een plek heb kunnen geven: pal naast dat gat in mijn ziel. Dat ik nu definieer als een eenzaam gevoel dat er best mag zijn en bij me hoort. Een gevoel dat me mede heeft gevormd tot wie ik ben.

Gelukkig maar. Op zich.

Geplaatst op 4 Reacties

Geadopteerd

Adoptie: zegen of vloek? Waar voorheen de overtuiging gold dat een kind ‘gered’ werd uit veelal erbarmelijke omstandigheden, klinkt er nu een tegengeluid. Want hoewel er in juli 2019 een onderzoek werd gepresenteerd waaruit blijkt dat geadopteerde volwassenen ‘tevreden met hun leven’ zijn, krijgen veel geadopteerden in de jaren daar naartoe te maken met flink wat mentale hobbels. Denk aan gebrek aan zelfvertrouwen, hechtingsproblematiek, problemen met identiteitsvorming. Natuurlijk ervaart niet elke geadopteerde psychische problemen, als gevolg van. Je adoptiegeschiedenis, het contact (of het ontbreken daarvan) met je biologische familie en je karakter spelen een rol.

Hoe is dat voor jou? Herkenbaar of juist niet? Dare to share!

Lees ook het blogartikel Geadopteerde geluksvogel

Geplaatst op 1 Reactie

Eenzaam aan de top

In 2020 brengt Justin Bieber zijn nieuwe song Lonely uit. Sommigen noemen het zijn meest emotionele nummer tot nu toe. In Lonely zingt Justin over zijn eenzaamheid als (tiener)popster. ‘Cause I’ve had everything. But no one’s listening. And that’s just fucking lonely.’ Die woorden komen binnen.

Luister naar Lonely van Justin Bieber & benny blanco https://youtu.be/xQOO2xGQ1Pc