Geplaatst op 2 Reacties

Mieke: ‘Ik denk weleens dat de hele wereld mij haat’

Mieke Megawati (24) groeit op in Jakarta, Indonesië. Haar vader werkt daar als correspondent. Haar moeder is zijn assistent.  Wanneer ze bijna tien is, verhuist Mieke met haar ouders en broer vanuit Indonesië naar Nederland. De overgang is gigantisch: van het hete Indonesië naar het harde Rotterdam. Een andere cultuur, compleet andere omgangsvormen. Alles is harder, directer. Het blijkt moeilijk om niet alleen een nieuwe omgeving te leren kennen, maar vooral de invloed ervan op je gevoel te kunnen begrijpen. ‘Dat is denk ik de ergste vorm van eenzaamheid: denken dat niemand snapt hoe jij je voelt.’

Over jezelf vertellen

‘Ik vind het een moeilijke vraag: over mezelf vertellen. Maar vooruit. Ik werk sinds kort bij een tech-bedrijf in Delft. Daar ben ik grotendeels verantwoordelijk voor administratieve en organisatorische zaken. Het is nog niet zo lang dat ik in het bedrijfsleven zit, oorspronkelijk werkte ik in de horeca en het nachtleven. De switch bevalt me heel goed.’

Twilight zone

‘De eerste keer dat ik mij echt eenzaam voelde, was toen we nog niet zo lang in Nederland waren. Hier woonden we in een veel kleiner huis en zaten we constant op elkaars lip. En toen begon mijn broer, net 13, ook flink te puberen. Ik vond het allemaal helemaal niet leuk.

Mijn vader ging steeds meer drinken en kreeg een kwade dronk. Als ik bij vriendjes over de vloer kwam zag ik daar lieve ouders. Het contrast deed pijn. Ik voelde me daar heel eenzaam in, niemand praatte erover. Dat voelde echt als een twilight zone, omdat anderen dit misschien ook wel hadden, maar niemand het deelde. Ik snapte het allemaal niet zo goed.’

Giftige relatie

‘Na zeven jaar besloot ik op mijn 17e met twee verhuisdozen te vertrekken en op mezelf te gaan wonen. Ik belandde in een anti-kraakpand; een wereld vol drugs en drank. Dat klinkt heftig, maar tegelijkertijd heb ik daar een nieuwe familie gevonden. Vrienden die als familie voelen. Dat zijn mensen die je écht zien ontwikkelen en groeien, niet de mensen die je twee keer per jaar ziet met de feestdagen. We vieren nog elk jaar kerst met elkaar, nu niet meer in het kraakpand met diepvriespizza’s en een flesje Captain Morgan, maar aan een lange tafel met geweldig eten. Onvoorwaardelijk.

Mijn ouders zien me nog steeds als dat 17-jarige meisje dat het huis uitging zonder ‘goede’ plannen. Er is een giftige relatie ontstaan. Ik ben enorm gegroeid en ben zonder diploma met veel wilskracht en ambitie toch zo ver gekomen. Ze gunnen me dit niet, lijkt wel, en erger nog: ik word niet geloofd door ze. Ze geloven niet in mij. Daarom heb ik afstand van ze genomen. Ik heb een nieuwe invalshoek: familie is een privilege, geen recht.’

Eenzaam

‘Ik voel me vaak heel eenzaam in mijn ervaringen en trauma’s. Mijn vriend is zogezegd normaal, hij komt uit een warm huis. Hij accepteert dat ik weleens flip of verdrietig ben, maar hij snapt het niet. Hij gaat bijna fluitend door zijn leven. Hij denkt dat de hele wereld naar hem lacht, terwijl ik weleens denk dat de hele wereld mij haat.

Wat mij helpt is schrijven. Ik schrijf heel veel. Ik heb zelfs de schrijversvakschool gedaan maar niet afgemaakt, want ik had geen geld meer. Ook luister ik veel muziek en staar ik naar de muur om na te denken. Normaal gesproken (pre-corona) dealde ik met de eenzaamheid door te dansen en mezelf te bevrijden, maar dat kan nu even niet. Ik ga nog steeds naar psycholoog om erover te praten. Ik ben gek op alleen zijn. Ik kan dagen alleen zijn, ik geniet daar echt van. Maar tegelijkertijd kan je dus ook eenzaamheid ervaren als je geen seconde van de dag alleen bent.’

COVID-shit

‘Ik hoor alleen maar over eenzaamheid. Elke week slaapt er bij mij en mijn vriend wel iemand op een luchtbedje die even niet alleen wil zijn. Mensen die nu alleen zijn, alleen wonen, een break-up tijdens de pandemie meemaken: ze hebben het zwaar. Ook koppels hebben het nu heel zwaar: juist omdat ze voortdurend met z’n tweeën zijn. Er is veel minder reflectie. De bubbel wordt groter. Zullen we gewoon samen binnenblijven? Ik hoor het onszelf vaak zeggen, maar ik vind het persoonlijk ook wel fijn zo.

Toch kan eenzaamheid dingen ook in perspectief zetten. Ik ben hartpatiënt en daardoor kwetsbaar voor COVID. Ik ben er vorig jaar drie maanden door uit de running geweest.  Ik moest opnieuw leren lopen. Dat was heel pittig. Maar tegelijkertijd, door dat thuiszitten, realiseer je je: hier moet ik het mee doen. Sommige dingen die heel groot in je hoofd zijn, worden in een keer heel klein. Dat is wat eenzaamheid ook kan doen: het relativeert.’

Uitnodiging

‘Voor mij is echt de grootste les: het taboe doorbreken. Praat over je eenzaamheid. Durf je open te stellen. Deel het. Weet dat je niet alleen bent. Ook al ben je nog zo depri of eenzaam, uiteindelijk kunnen we dat allemaal voelen.’

 

Geplaatst op Geef een reactie

Irene: ‘Mensen die als familie voelen helpen tegen de eenzaamheid’

Er zijn allerlei fases in je leven waarin je je eenzaam kan voelen. De basisschooltijd, de puberteit, de studententijd. Toch zijn dat ook de fases waarin er voortdurend van je verwacht wordt dat je aan je sociale leven werkt. Dat je samen speelt, samen werkt en samen bent. Een gesprek tussen Irene en Irene over onzekerheid, vriendschap en identiteit.

Link naar het verleden

‘Ik ben enig kind, mijn vader is een aantal jaar uit beeld en mijn moeder werd vier jaar geleden erg ziek. Gelukkig gaat het nu goed met mijn moeder, maar haar ziek-zijn heeft het gevoel van eenzaamheid op scherp gezet. Het besef dat het lijntje met de familie straks veel dunner is, houdt me soms erg bezig. Dan ben ik bang voor het onwerkelijke gevoel bij niemand meer te horen zonder de aanwezigheid van mijn ouders. Ik heb een eigen gezin met een lieve man en kinderen waar ik erg dankbaar voor ben. Maar toch: op de een of andere manier heb je het contact met je ouders als een link naar het verleden nodig.’

Eyeopener

Gedurende haar leven vindt Irene mensen die veel voor haar betekenen. ‘Mijn eyeopener: door de situatie met mijn ouders weet ik dat ik het vooral moet hebben van mensen die echt als familie voelen. Ik realiseer me dat ik veel geluk heb dat deze mensen er voor mij zijn. Het zijn echter niet alleen de goede vrienden, maar ook mijn eigen gezin en andere familieleden zoals ooms en tantes en nichtjes en neefjes die mij helpen om mij niet eenzaam te voelen.

Die mensen leren mij vanuit iets negatiefs iets positiefs te halen. Het zijn niet alleen mensen in nabijheid maar vooral mensen die je een spiegel voorhouden. Dat is niet vanzelfsprekend, dat je dat bij elkaar vindt. Ruzie hoort ook bij vriendschap. Of, nu ja: een meningsverschil of aanvaring hebben en scherpe gesprekken voeren. Je moet elkaar kunnen aanspreken. Uit alle levensfasen heb ik vrienden: van de basis- en middelbareschooltijd, de studententijd en het zwangerschapsclubje acht jaar gelegen. Ook oud-collega’s met wie ik nog bevriend ben. Soms verwatert een vriendschap en soms bloeit het contact weer op. Zoals met een oude vriendin van wie de moeder nu ernstig ziek is. Dit is aanleiding geweest voor het weer opleven van ons contact.’

Spiegel

Er voor elkaar zijn, een spiegel voorhouden: dat is zoals Irene een vriendschap het liefst ziet. Maar is dit ook de definitie van anderen? ‘Als je niet goed met anderen in verbinding bent, hoeft het van mij ook niet zo. Ik wil kunnen uitwisselen hoe het echt met je gaat, wie je bent. Er moet energie en ruimte zijn voor elkaar. Tijd en aandacht. Daarom heb ik de laatste jaren bewust meer geïnvesteerd in mensen die als een soort familie voelen. Mensen bij wie de onvoorwaardelijkheid voorop staat. Mensen die altijd iets voor je zullen doen. Maar zulke mensen zijn er in mijn leven niet altijd geweest. Tijdens mijn schoolloopbaan voelde ik me vaak onzeker. Het hield me bezig of ik er wel bij hoorde en soms voelde dat niet zo. Maar gelukkig soms ook wel. Dat gevoel van er niet bij horen kwam regelmatig terug in mijn jeugd. Aan de andere kant: bijna iedere jongere voelt zich weleens onveilig of onzeker. Dat hoort ook bij jong zijn.’

Helpende keuzes

‘Een helpend moment in mijn jeugd was dat ik bij het paardrijden een meisje van school tegenkwam. Ik merkte bij haar dat ik de zinnen kon verzetten zonder de groep waar ik tot dan toe steeds mee optrok. Ik hing te veel aan die groep en kon door het contact met het ‘nieuwe meisje’ de mensen waar ik geen echte verbinding mee had, loslaten. Ik adviseer jongeren dan ook om te kiezen voor een sport of andere vereniging waar niet iedereen van school ‘op zit’. Weet je, als je wel op zo’n plek bent, neem je de hele hiërachie uit de klas mee. Kies voor iets dat losstaat van school. Laat je niet vastspijkeren aan de rol die je op school hebt. Het kan heel fijn voelen om eens op een totaal andere interesse of kwaliteit aangesproken te worden. Maar dat vraagt wél wat van je.

Het betekent ook mensen loslaten die in een bepaalde tijd belangrijk waren, zoals mensen uit je middelbareschooltijd of het studentenhuis. Denk goed na: doet het contact me goed of doet het me eigenlijk slecht? Dat is heel moeilijk en pijnlijk soms. Toch kun je beter een of twee fijne mensen om je heen hebben dan tien die amper of niks voor je doen. Besef ook wie je tegenover je hebt: waar is iemand mee bezig en wat zijn de dingen die jullie delen? Als het contact met anderen je onzeker maakt of alleen maar een vervelend gevoel heeft, moet je ermee stoppen. Het klinkt zo economisch, maar het is waar: dit soort keuzes brengen je echt wat en maken je sterk.’